Rb. Midden-Nederland 27 oktober 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:9463

Beroep tegen verleende ontheffing ingevolge de Flora- en faunawet (Ffw) voor activiteiten in verband met de herontwikkeling van Fort Uitermeer te Weesp. Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat de ecologische functionaliteit van de vaste rust- of verblijfplaatsen van de ringslang niet in het geding komt, zodat verweerder heeft kunnen concluderen dat artikel 11 van de Ffw niet zal worden overtreden. Verweerder heeft ontheffing kunnen verlenen voor de gewone grootoorvleermuis, de watervleermuis, de baardvleermuis, de heikikker, de waterspitsmuis, de bittervoorn, de rivierdonderpad, de kleine modderkruiper en de grote modderkruiper. Verweerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de gunstige stand van instandhouding van deze diersoorten niet in gevaar komt. Verweerder heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat er geen andere bevredigende oplossing bestaat voor de herontwikkeling van Fort Uitermeer en dat sprake is van een dwingende reden van cultuur-historisch belang.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken