Rb. Midden-Nederland 16 oktober 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:7566
Behandeling verzoek om voortzetting van de faillissementsgijzeling, onder meer omdat de gefailleerde zonder instemming van de curator en rechter-commissaris zijn bedrijfsactiviteiten zou hebben voortgezet. De voortduring van de inbewaringstelling is in casu een te vergaand dwangmiddel, nu de voortzetting van de bedrijfsactiviteiten zeer beperkt is geweest. Het is, mede gelet op artikel 21 Fw, niet aannemelijk geworden dat daarmee belangen van schuldeisers zijn geschaad.
De uitspraak op rechtspraak.nl