Rb. Midden-Nederland 9 februari 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:753
Voorlopige voorziening. Eisers vinden de doorgevoerde reductie ten aanzien van het vissen met de staande netten onrechtmatig omdat er tot op heden geen tegemoetkoming voor is verstrekt en tevens omdat zij daarnaast niet gecompenseerd worden voor hun verlies van wolhandkrabvangst, welke visserij ook niet nader onderzocht is in de aan de besluitvorming ten grondslag liggende rapporten. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder in het bestreden besluit de betrokken belangen van de vissers die vissen met staande netten, waaronder de wolhandkrabvissers, onvoldoende geïnventariseerd. De voorzieningenrechter draagt verweerder op dat zij onderzoek doet naar de mate waarin de wolhandkrabvissers worden getroffen door de reductie van 85% van de staande nettencapaciteit. Verweerder zal daarbij het beginsel van de gelijkheid voor de openbare lasten of het égalitébeginsel moeten betrekken. Het beginsel dat degene die in vergelijking met anderen onevenredig zwaar wordt getroffen door rechtmatig overheidshandelen daarvoor een vergoeding dient te ontvangen. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. Indien uit dat onderzoek zal blijken dat eisers onevenredig worden getroffen door de toegepaste reductie ten opzichte van andere vissers zullen zij aan verweerder gegevens dienen te overleggen die hun schade onderbouwen en waaruit kan worden opgemaakt dat deze het gevolg is daarvan.
De uitspraak op rechtspraak.nl