Rb. Midden-Nederland 21 oktober 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:7272
Faillissementspauliana (art. 47 Fw). Vernietiging pandrecht, tweede in rang, in verband met overleg als bedoeld in artikel 47 Fw. Bewijsopdracht. Als gedaagde erin slaagt te bewijzen dat voor datum overdracht aan haar door ING Bank van een vordering van ING Bank op groepsvennootschappen van gedaagde een rechtsgeldig pandrecht (eerste in rang) was gevestigd, is geen sprake van benadeling als gevolg van de betaling door die groepsvennootschap aan gedaagde vlak voor het faillissement van die groepsvennootschap. Vordering van de curator tot schadevergoeding, op te maken bij staat, in verband met het onrechtmatig frustreren van de incasso door de curator toewijsbaar. Zelfs al zou gedaagde een rechtsgeldig pandrecht hebben dan strekt zich dat niet uit tot de na faillissement bijgeschreven bedragen op de rekening van de failliete vennootschappen. Gedaagde is niet gerechtigd tot verrekening.
De uitspraak op rechtspraak.nl