Rb. Midden-Nederland 18 juni 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:6217
AOW; geen bijzonder geval op grond waarvan het AOW-pensioen met verdere terugwerkende kracht dan één jaar voor de aanvraagdatum zou kunnen worden toegekend; geen aanspraak op vakantie-uitkering in de periode voorafgaand aan het moment met ingang waarvan AOW-pensioen is toegekend; art. 28 AOW. Voor zover eiser bedoelt te betogen dat het recht op vakantie-uitkering blijkens artikel 28 van de AOW is gekoppeld aan het recht op AOW en niet aan de aanspraak op feitelijke uitbetaling daarvan zoals geregeld in artikel 16 AOW, slaagt dat betoog niet. Uit artikel 7, eerste lid, van de AOW, artikel 14, eerste lid, van de AOW en artikel 16 van de AOW blijkt dat degene die aan de voorwaarden daarvoor voldoet, recht heeft op ouderdomspensioen, maar dat de aanspraak op feitelijke uitbetaling pas ontstaat vanaf het moment met ingang waarvan het ouderdomspensioen op aanvraag is toegekend. De wetgever heeft met artikel 28 van de AOW niet beoogd een uitzondering te maken op dit systeem voor het recht op vakantie-uitkering. Weliswaar is in artikel 28 van de AOW het recht op vakantie-uitkering gekoppeld aan het recht op ouderdomspensioen, en niet aan de aanspraak op feitelijke uitbetaling daarvan, maar dat heeft blijkens de parlementaire geschiedenis een specifieke praktische reden, namelijk in verband met de moeilijkheden die ontstaan als gevolg van de correcties op betalingen die leiden tot het pensioenbedrag, waarover de vakantie-uitkering als regel in feite dient te worden berekend. De wetgever heeft hiermee niet de bedoeling gehad om het recht op vakantie-uitkering te laten bestaan onafhankelijk van de aanspraak op feitelijke uitbetaling van het ouderdomspensioen. Hieruit volgt dat eiser geen aanspraak kan maken op vakantie-uitkering in de periode voorafgaand aan het moment met ingang waarvan hem een AOW-pensioen is toegekend, te weten november 2012. Voor zover eiser heeft willen betogen dat de omstandigheid dat de aanspraak op vakantiegeld is ontstaan nadat hij zijn aanvraag tot toekenning van AOW-pensioen had ingediend tot gevolg moet hebben dat dit vakantiegeld moet worden uitgekeerd als ware er in de voorgaande 12 maanden AOW uitgekeerd, berust deze grond niet op de wet.
De uitspraak op rechtspraak.nl