Rb. Midden-Nederland 11 juni 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:4174

Uitspraak op de verzoeken om voorlopige voorziening strekkende tot schorsing van het besluit op grond waarvan de gemeente Utrecht per 1 januari 2015 een milieuzone heeft ingesteld waarmee personenauto’s en bestelbusjes, die voor 1 januari 2001 op kenteken zijn gesteld en beschikken over een dieselmotor, in het centrum van Utrecht worden geweerd. Verzoeksters worden voorlopig aangemerkt als belanghebbenden bij dit besluit. Verzoeksters hebben aangevoerd dat de eigenaren en gebruikers van de genoemde voertuigen, woonachtig binnen de milieuzone of die de milieuzone willen bereiken, door het besluit wordt gedupeerd en op kosten worden gejaagd. Deze kosten zien enerzijds op de boetes die de gemeente per 1 mei 2015 oplegt aan overtreders en anderzijds op de aanschafkosten van een vervangende auto. Aan hun verzoek hebben verzoeksters verder ten grondslag gelegd dat deze maatregel geen of zelfs een negatief effect heeft. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het belang van verzoeksters bij schorsing van het bestreden besluit niet zo spoedeisend is dat dit ertoe moet leiden dat het zwaarder weegt dan het belang van verweerder bij handhaving van het bestreden besluit, dat wil zeggen, handhaving van de milieuzone. De verzoeken tot voorlopige voorzieningen worden daarom afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken