Rb. Midden-Nederland 26 mei 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:3566

De rechtbank heeft het beroep tegen de intrekking en terugvordering van een persoonsgebonden budget (pgb) van twee budgethouders, die zorg hebben ingekocht bij de Stichting Me-Care te Nieuwegein, ongegrond verklaard. De rechtbank is van oordeel dat het zorgkantoor zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de budgethouders hun verplichtingen, verbonden aan het pgb, niet zijn nagekomen. Daarom was het zorgkantoor bevoegd om de verleende pgb’s in te trekken en de reeds uitbetaalde bedragen van de budgethouders terug te vorderen. Het zorgkantoor heeft ook in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik kunnen maken. Dat de budgethouders bij het inkopen van zorg bij Me-Care te goeder trouw zijn geweest en dat zij mogelijk slachtoffer zijn van een falende zorginstelling, maakt niet dat het zorgkantoor niet in redelijkheid tot de door hem gemaakte belangenafweging heeft kunnen komen. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat de (verantwoording van de) besteding van een pgb de eigen verantwoordelijkheid van de budgethouder is. De budgethouder heeft er zelf voor gekozen om de zorg geleverd te krijgen in de vorm van een pgb, waarbij de budgethouder bij de toekenning van het pgb is gewezen op de verplichtingen. Met de aanvaarding van het pgb is de budgethouder gehouden die verplichtingen na te komen. Voor zover door Me-Care en/of de bewindvoerder fouten zijn gemaakt als gevolg waarvan de budgethouder het pgb niet op juiste wijze kan verantwoorden, komt dat voor risico van de budgethouder. De gestelde psychische problemen van de budgethouders maken niet dat het zorgkantoor niet in de redelijkheid tot de door hem gemaakte belangenafweging heeft kunnen komen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken