Rb. Midden-Nederland 24 december 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:7198

Auteursrecht. De verhaallijn van boek 1 en boek 2, de situering in tijd (het heden) en plaats (een welgesteld dorp), de karakters, de voortgang in de verwikkelingen, de plot en de climax, vertonen alles in onderling verband en samenhang beschouwd en mede in aanmerking genomen het hier aan de orde zijnde genre, gelijkenis. Deze gelijkenis wordt gevormd door het feit dat in boek 2 een deel van de 29 door eiseressen aangevoerde elementen eveneens voorkomt. Dát er gelijkenis bestaat tussen boek 1 en boek 2 leidt nog niet tot de conclusie dat boek 2 inbreuk maakt. Voor een auteursrechtelijke inbreuk in een geval als het onderhavige, is nodig dat het verhaal van boek 2 in zodanige mate de auteursrechtelijke beschermde trekken van het verhaal van boek 1 vertoont, dat de indrukken die beide boeken maken te weinig verschillen voor het oordeel dat boek 2 als een zelfstandig werk kan worden aangemerkt. De rechtbank is van oordeel dat het verhaal boek 2 voor wat betreft de auteursrechtelijke trekken in zodanige mate afwijkt van boek 1, dat niet van een auteursrechtelijke inbreuk gesproken kan worden. Dit oordeel is mede gebaseerd op de verschillen tussen boek 1 en boek 2.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen