Rb. Midden-Nederland 19 december 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:6907

Het verzoek om voorlopige voorziening gaat over het besluit tot aanwijzing van een gebied in het centrum van Hilversum waar tijdens oud en nieuw geen vuurwerk mag worden afgestoken (het Aanwijzingsbesluit). Verzoekers zijn belanghebbende bij het Aanwijzingsbesluit. Het college van burgemeester en wethouders van Hilversum heeft het Aanwijzingsbesluit genomen. Het college baseert zijn bevoegdheid op artikel 2.7.3 van de Algemene plaatselijke verordening Hilversum 2010 (Apv). Dat artikel staat in hoofdstuk 2 van de Apv en dat hoofdstuk heeft als titel "Openbare orde". De handhaving van de openbare orde is in de Gemeentewet eenduidig opgedragen aan de burgemeester. Er is geen andere nationale wet die aan het college van burgemeester en wethouders een taak opdraagt op dit vlak. Artikel 2.7.3 van de Apv heeft alleen betrekking op openbare orde en op dat punt is er geen wettelijke taak voor het college van burgemeester en wethouders. Artikel 2.7.3 is daarom onverbindend en deze bevoegdheid had niet mogen worden gegeven aan het college van burgemeester en wethouders. In dit geval is er ook geen bevoegdheid voor de burgemeester geregeld, dus de voorzieningenrechter kan niet de burgemeester in staat stellen het onbevoegd genomen besluit voor zijn rekening te nemen. Er is op dit punt dus geen bevoegd bestuursorgaan om zo'n aanwijzingsbesluit te nemen. Het gaat hier om het inperken van de mogelijkheden van burgers om gestalte te geven aan het vieren van oud en nieuw op een manier zoals zij dat willen en zo'n inperking mag alleen als daarvoor een wettelijke bevoegdheid bestaat. Omdat de gemeenteraad van Hilversum hier de bevoegdheid heeft neergelegd bij een bestuursorgaan waaraan op dit vlak geen wettelijke bevoegdheid toekomt, kan de voorzieningenrechter niet anders beslissen dan het schorsen van het Aanwijzingsbesluit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken