Rb. Midden-Nederland 10 december 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:6668
Eiser, notaris in Utrecht, heeft onder verwijzing naar de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) verzocht om openbaarmaking van de geluidsopname van het besloten gedeelte van de ledenvergadering van de ledenraad van de Koninklijke Notariële beroepsorganisatie van 27 november 2013. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de geluidsopname niet op grond van de Wob hoeft te worden verstrekt, omdat de Wob niet van toepassing is. Artikel 76 van de Wna regelt op uitputtende wijze de openbaarmaking van verslagen van besloten vergaderingen van verweerder. Net als artikel 23 van de Gemeentewet moet artikel 76 van de Wna daarom als een bijzondere openbaarmakingsregeling worden gezien, die aan toepassing van de Wob in de weg staat. Daarbij zoekt de rechtbank aansluiting bij de rechtspraak van de ABRvS, bijvoorbeeld de uitspraak van 14 januari 2009 (ECLI:NL:RVS:2009:BG9791), waarin is geoordeeld dat artikel 23 van de Gemeentewet dient ter bescherming van de raadsleden die juist in een besloten vergadering vrijuit moeten kunnen spreken en daarbij niet gehinderd dienen te worden door de mogelijkheid dat het verslag tegen de wil van de raad geheel of gedeeltelijk openbaar zou worden. Net als in een vergadering van de gemeenteraad moeten leden van verweerder vrijuit kunnen spreken als een vergadering met gesloten deuren plaatsvindt. Daarbij dienen zij niet te worden gehinderd door de mogelijkheid dat het verslag later alsnog openbaar wordt gemaakt. De beslotenheid zou dan immers geen betekenis meer hebben.
De uitspraak op rechtspraak.nl