Rb. Midden-Nederland 11 juni 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:2535
Civielrecht, kantonzaak. Flitskrediet. Eiseres vordert in hoofdsom € 500,00, zijnde minder dan het uitgeleende krediet van € 600,00. Bij krediet worden geen rentekosten berekend, wel dient kredietnemer voor een garantsteller te zorgen. In casu is garantsteller aangedragen door eiseres. Kosten voor garantstelling van € 150,00 worden niet gevorderd. Eis voorlopig niet in strijd met dwingendrechtelijke bepalingen ter bescherming van consumenten inzake kredietverlening. Gevorderde hoofdsom toewijsbaar. Verrekening met in het verleden betaalde kosten voor garantstelling voor eerdere leningen bij dezelfde kredietverlener toegestaan, nu onvoldoende is aangetoond dat deze kosten geen kredietkosten zijn en de kredietkosten daarmee ingevolge artikel 36 Wet op het consumentenkrediet (Wck) ontoelaatbaar hoog zijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl