Rb. Midden-Nederland 30 april 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:1662

In deze zaak staat centraal het verzoek om op grond van artikel 4:209 lid 5 BW een vereffenaar te benoemen, derhalve van een nalatenschap waarin de opheffing van de vereffening reeds is bevolen. Reden om dit te verzoeken is dat na de opheffing van de vereffening is gebleken dat één van de erfgenamen begunstigde is van een tweetal door erflater afgesloten spaarverzekeringen (welke niet zijn betrokken in de vereffening). Volgens verzoeker zijn deze te kwalificeren als quasi-legaat ingevolge artikel 4:126 lid 2 letter b BW. De rechtbank oordeelt dat het verzoek moet worden toegewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen