Rb. Midden-Nederland 21 maart 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:1166

vergoedingen rechtsbijstand; samenhangende zaken Wetsartikelen: artikel 11 Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr) Samenvatting: Er zijn toevoegingen verleend voor het door eiseres ingestelde beroep tegen de weigering om aan haar een verblijfsvergunning asiel te verlenen en een daarmee verband houdend verzoek om een voorlopige voorziening. Vervolgens is een vergoeding vastgesteld voor de door eiser in deze zaken verrichte werkzaamheden. Bij de hoogte van de vastgestelde vergoeding is toepassing gegeven aan artikel 11 van het Bvr wegens samenhang tussen het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de hoogte van de vastgestelde vergoeding terecht heeft vastgesteld met inachtneming van artikel 11 van het Bvr, omdat sprake is van samenhangende zaken. In artikel 11, eerste lid, van het Bvr is omschreven in welke gevallen er sprake is van samenhangende zaken. Dit is blijkens de tekst van het artikel het geval indien er sprake is van ‘zaken die gevoegd, gelijktijdig, aansluitend of nagenoeg aansluitend ter zitting zijn behandeld’. In het Bvr is echter niet nader gedefinieerd wanneer sprake is van ‘zaken die ter zitting zijn behandeld’. Door toepassing van artikel 8:86 van de Awb wordt in de hoofdzaak geen (afzonderlijke) zitting gehouden. De in voornoemd artikel neergelegde wijze van afdoening, waarbij de voorzieningenrechter tegelijkertijd uitspraak doet in de hoofdzaak, wijst echter op een zekere samenhang. Op grond van de bewoordingen van artikel 11, eerste lid, van het Bvr is niet onmiddellijk duidelijk of bij toepassing van artikel 8:86 van de Awb sprake is van samenhangende zaken als bedoeld in dit artikellid. Die onduidelijkheid brengt mee dat de betekenis ervan moet worden vastgesteld in de context van de regeling en met inachtneming van de strekking van de regeling. Hiervoor dient te worden gekeken of de geschiedenis van de totstandkoming aanknopingspunten biedt voor de betekenis van het begrip samenhangende zaken bij toepassing van artikel 8:86 van de Awb. Uit de Nota van Toelichting op artikel 11, eerste lid, van het Bvr volgt dat de relevante context het gegeven is dat de samenhangende zaken verknocht moeten zijn. Nu voor het voordoen van deze verknochtheid uitdrukkelijk als voorbeeld de toepassing van artikel 8:86 van de Awb wordt genoemd, brengt dit mee dat in zo’n geval tussen de voorlopigevoorzieningsprocedure en de hoofdzaak sprake is van de vereiste samenhang als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het Bvr. Een andere uitkomst zou ook ongerijmd en ongewenst zijn. De rechtshulpverlener zou immers een vergoeding ontvangen voor werkzaamheden ten behoeve van een zitting in de hoofdzaak, die niet heeft plaatsgevonden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat sprake is van samenhangende procedures en terecht op basis daarvan de vergoeding heeft vastgesteld. Beroep van eiser ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken