Rb. Midden-Nederland 24 maart 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:1154
Trefwoorden: aanvraag subsidie te laat, buiten behandeling laten, zelf voorzien, herroepen primaire besluit. Wetsartikelen: artikel 4:4, vierde lid, Awb, artikel 4:60 Awb, artikel 6 subsidieverordening gemeente Rhenen 2011 Samenvatting: Tussen partijen is niet in geschil dat de aanvraag om subsidie voor het jaar 2013 te laat is ingediend, namelijk ná 1 juni 2012. De rechtbank stelt vast dat in de Subsidieverordening niets is geregeld over het te laat indienen van een aanvraag om subsidie. Uit de MvT bij artikel 4:60 van de Awb leidt de rechtbank af dat de wetgever artikel 4:5 van de Awb van overeenkomstige toepassing heeft verklaard indien een aanvraag om subsidie te laat is ingediend. Gelet op het bepaalde in artikel 4:5, vierde lid, van de Awb, was het voor verweerder niet langer mogelijk om de door eiseres ingediende aanvraag om subsidie niet in behandeling te nemen. Hierbij overweegt de rechtbank dat vaststaat dat de aanvraag is ingediend op 6 juni 2012 en bij besluit van 4 oktober 2012 aan eiseres is bekendgemaakt dat de aanvraag niet in behandeling wordt genomen. De termijn van vier weken waarbinnen de aanvraag niet in behandeling kon worden genomen is ruimschoots verstreken. Verweerder had derhalve de aanvraag in behandeling moeten nemen. Het beroep is derhalve gegrond wegens strijdigheid met een wettelijke bepaling. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank voorziet zelf in de zaak. Nu verweerder de termijnoverschrijding niet verschoonbaar heeft mogen achten, komt de rechtbank tot het oordeel dat de aanvraag te laat is ingediend en derhalve dient te worden afgewezen. Het beroep is gegrond, het bestreden besluit wordt vernietigd, de rechtbank voorziet zelf in de zaak door het bezwaar gegrond te verklaren en het primaire besluit te herroepen en te bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
De uitspraak op rechtspraak.nl