Rb. Midden-Nederland 22 april 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:CA0006

"De rechtbank is van oordeel dat blijkens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad de insluitingsfouillering er tevens toe strekt ordemaatregelen mogelijk te maken die de veiligheid van een ieder dienen in het cellencomplex. Gelet op die strekking moet, aldus de Hoge Raad worden aangenomen dat onder het aftasten en doorzoeken van kleding mede dient te worden begrepen een onderzoek van voorwerpen die de ingeslotene bij zich draagt of met zich mee voert. De rechtbank is van oordeel dat het zeer aannemelijk is dat het horloge en de geldknip goed zichtbaar waren en bovendien bij aftasting van de kleding voelbaar zijn geweest. Het verweer van de raadsvrouw dat het horloge en de geldknip niet rechtmatig zijn verkregen wordt verworpen. De rechtbank legt een jeugddetentie en de PIJ-maatregel op".

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen