Rb. Midden-Nederland 6 november 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:5499

Het verzoek van AB tot het houden van een voorlopig deskundigenbericht teneinde bewijs te vergaren omtrent de (on)deugdelijkheid van de hogesnelheidstreinen (van het type V-250) en om de proceskansen van AB in reeds lopende en eventuele toekomstige procedures in te kunnen schatten, wordt toegewezen. De rechtbank is van oordeel dat van een afwijzingsgrond ter zake het onderhavige verzoek niet is gebleken. De overige door verweerders aangevoerde argumenten maken dit niet anders. Het staat AB in beginsel vrij om op het moment dat zij dat nodig acht, vooruitlopend op een eventuele bodemprocedure dan wel in een reeds aanhangige procedure, een voorlopig deskundigenonderzoek te verzoeken. Verder is het naar het oordeel van de rechtbank niet bepaald uitgesloten te achten dat de gebreken dan wel de wijze waarop daarmee is omgegaan, relevant zullen zijn of anderszins een rol zullen spelen in de reeds aanhangige dan wel in de mogelijk nog te entameren (bodem)procedure(s). Het betreft een tussenbeschikking. In een vervolgzitting zullen door de benoemde rechter-commissaris onder meer de persoon van de deskundige(n) en de te stellen vragen aan de orde komen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen