Rb. Midden-Nederland 23 oktober 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:5230
Voormalig grootaandeelhouder stelt dat gedaagde bank onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld door - onder meer - ongeoorloofde druk uit te oefenen en de overdracht van de meerderheid van de indirect door hem gehouden aandelen af te dwingen tegen betaling van een koopprijs van € 1,00. Verder is volgens de aandeelhouder sprake van een schending van zorgplichten door de bank en is het inroepen van een borgtocht onaanvaardbaar. De op deze stellingen gebaseerde vorderingen worden afgewezen. In reconventie wordt de door de bank gevorderde betaling toegewezen op grond van de ingeroepen borgtocht.
De uitspraak op rechtspraak.nl