Rb. Midden-Nederland 9 oktober 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:4723

1. Vordering van de Staat namens de Belastingdienst tot vergoeding van extra verrichte werkzaamheden. Werkzaamheden vallen onder de primaire taak van de Belastingdienst tot het vaststellen van de materiële belastingschuld. Onaanvaardbare doorkruizing van de publiekrechtelijke regeling. 2. Vordering van de Ontvanger tot vergoeding van extra werkzaamheden. Ontvanger heeft alleen de bevoegdheid in rechte op te treden voor zover het om de invordering van rijksbelastingen gaat. In casu niet het geval. Ontvanger niet ontvankelijk. 3. Vordering van de Ontvanger tot vergoeding van oninbare (navorderings)aanslagen. Vordering strekt niet tot directe invordering van belastingschulden van derden, maar tot vergoeding van schade doordat die invordering als gevolg van onrechtmatig handelen van de fraudeur noodzakelijk is geworden en nu niet mogelijk blijkt. Ontvanger ontvankelijk in zijn vordering. Volgt verwijzing naar schadestaat.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen