Rb. Midden-Nederland 8 juli 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:3153

Als een vereniging of stichting heeft opgehouden om een schoolgebouw voor school te gebruiken, regelt artikel 110 van de WPO onder meer hoe het schoolgebouw weer terug in eigendom komt van de gemeente. In dit geval bestaat een geschil als bedoeld in artikel 110, eerste lid, van de WPO en daarom is de rechtbank van oordeel dat de weg van artikel 110, tweede lid, van de WPO voor de gemeente openstond. Het woordje "kunnen"in het tweede lid maakt niet dat verweerder de belangen moest afwegen, maar ziet op de feitelijke vaststelling of het bevoegd gezag blijvend heeft opgehouden dan wel blijvend zal ophouden het gebouw of terrein voor de school te gebruiken. Verweerder hoefde dus geen rekening te houden met het faillissement van de stichting. De rechtbank volgt eiseres ook niet in haar standpunt dat de Fw moet worden gezien als een lex specialis en dus voor de WPO gaat. De rechtbank sluit aan bij dat wat de burgerlijke rechter hierover heeft geoordeeld. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken