Rb. Midden-Nederland 21 mei 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:3060
A, geboren op 12 juni 2004, heeft een matige verstandelijke stoornis en een matige autistische stoornis. Hij ontvangt intramurale zorg van de stichting Stichting Amerpoort (Amerpoort). A volgt onderwijs voor zeer moeilijk lerende kinderen. Hij is woensdag- en vrijdagmiddag vrij. Hij is niet (gedeeltelijk) vrijgesteld of ontheven van de leerplicht. Bij bestreden besluit heeft verweerster A slechts geïndiceerd voor het ZZP 5 VG en daaraan ten grondslag gelegd dat A naast de indicatie van het ZZP 5 VG geen recht heeft op een indicatie van de functie Dagbesteding, omdat enerzijds sprake is van een voorliggende voorziening die voorziet in dagbesteding, te weten het onderwijs, en anderzijds de begeleiding die A nodig heeft door het ZZP 5 VG mogelijk wordt gemaakt. Tussen partijen is wel in geschil of A naast de indicatie van het ZZP 5 VG ook recht heeft op de indicatie van de functie Dagbesteding. Anders dan verweerster is de rechtbank van oordeel dat de stelling dat ten aanzien van een leerplichtige verzekerde die niet van de leerplicht is ontheven, het onderwijs geheel voorliggend is op de zorg waarin de functie Dagbesteding voorziet, zodat het indiceren van deze functie evenmin mogelijk is voor dagdelen waarop aan deze verzekerde geen onderwijs wordt aangeboden, geen steun vindt in de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Dit betekent dat de beroepsgrond dat het standpunt van verweerster dat A voor de dagdelen waarop aan hem geen onderwijs wordt aangeboden, geen recht heeft op de functie Dagbesteding, omdat hij leerplichtig is terwijl hij geen ontheffing van de leerplicht heeft, wettelijke grondslag ontbeert, slaagt. Gelet hierop is het beroep gegrond en wordt het bestreden besluit vernietigd. De rechtbank ziet echter aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand te laten. Niet in geschil is dat A in ieder geval behoefte heeft aan een gestructureerde daginvulling. Partijen verschillen van mening of het ZZP 5 VG voorziet in de zorg die in dit kader aan A dient te worden geboden. Verweerster heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de naast de schoolgang benodigde dagstructurering door het ZZP 5 VG mogelijk wordt gemaakt, zodat niet nodig is om daarnaast ook de functie Dagbesteding te indiceren. Verweerster heeft naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding hoeven zien om in het kader van de belangenafweging dan wel door gebruik te maken van zijn inherente afwijkingsbevoegd toch de functie Dagbesteding naast het ZZP 5 VG te indiceren. Beroep gegrond met instandlating rechtsgevolgen.
De uitspraak op rechtspraak.nl