Rb. Middelburg 18 juni 2012, ECLI:NL:RBMID:2012:BW9311
Asbestschade; geen doorbreking van de verjaring. Als lasthebber van de erfgenamen vordert eiseres van een oud-werkgever vergoeding van materiële en immateriële schade in verband met het overlijden van de oud-werknemer aan de asbestziekte mesothelioom. Het dienstverband is in 1963 geëindigd. De oud-werkgever beroept zich op de absolute verjaring van 30 jaren ex art. 3:310, lid 2, BW. Eiseres beroept zich op het arrest Van Hese-De Schelde. De rechtsstrijd betreft vooral gezichtspunt c). Onjuist is de opvatting dat voor doorbreking van de verjaring geen hogere mate van verwijtbaarheid mag worden verlangd dan vereist voor de aansprakelijkheid. Op basis van art. 6:2, lid 2, BW kan en mag geen generieke uitzondering worden gemaakt op de absolute verjaringstermijn. In het kader van de vraag of de verjaring moet worden doorbroken beroept eiseres zich op art. 6, lid 2, BW (niet op art. 7:658 BW) en heeft daarom volgens de hoofdregel van art. 150 Rv. de stelplicht en de bewijslast van de feiten die dat beroep kunnen onderbouwen. Wel heeft de oud-werkgever een inlichtingenplicht. In het kader van gezichtspunt c) moet onderscheid worden gemaakt tussen de verschillende ziektebeelden die blootstelling aan asbeststof kan veroorzaken en de onderscheiden maatregelen die ter voorkoming daarvan moeten worden genomen. In dit geval kan niet worden vastgesteld dat de oud-werknemer het gevaar van een asbestose heeft gelopen. Wel kan worden vastgesteld dat de oud-werkgever tekort is geschoten in haar zorgplicht om de werknemer tegen het bekende gevaar van asbestose te beschermen. In aanmerking genomen Hof Amsterdam 18-11-2008, NJF 2008, 521 kan de oud-werkgever hiervan ten hoogste een minder dan gewoon verwijt worden gemaakt. Gelet op het arrest Cijsouw/De Schelde I is de oud-werkgever ook aansprakelijk voor de verwezenlijking van een haar toen niet bekend gevaar wegens schending van de zorgplicht tegen het bekende gevaar van asbestose. Zulke aansprakelijk impliceert geenszins een hoge mate van verwijtbaarheid. Gedurende het dienstverband is de oud-werkgever niet tekortgeschoten in de zorgplicht tegen het destijds niet bekende gevaar van asbeststof als primaire oorzaak van mesothelioom. In dat opzicht treft de oud-werkgever geen enkel verwijt. Alle gezichtspunten, afgewogen tegen de belangen die de regeling van de absolute verjaringstermijn beoogt te dienen, in het bijzonder het belang van de rechtszekerheid, is er te weinig om dit geval zo uitzonderlijk te achten dat het beroep op verjaring thans, bijna vijftig jaren na de gebeurtenis in de zin van art. 3:310, lid 2, BW onaanvaardbaar zou zijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl