Rb. Middelburg 9 januari 2012, ECLI:NL:RBMID:2012:BV5144

a. onregelmatig ontslag op staande voet b. de verplichting om een administratie te hebben van arbeids- en rusttijden (art. 4:3 Arbeidstijdenwet), resp. vakantie- en verlofdagen (art. 7:641, lid 2, BW). ad a. In het zicht van het einde van zijn dienstverband neemt een eerste herder tijdens arbeidsongeschiktheid ongevraagd de kudde mee voor een afscheidsronde door het dorp en negeert herhaalde verzoeken om de kudde direct terug te brengen naar de wei. Dat is onrechtmatig, maar geen dringende reden voor ontslag, in aanmerking genomen dat de werkgever hierdoor niet is benadeeld en de gevolgen voor het ontslag voor de herder. ad b. Het arbeidscontract houdt in dat de eerste herder de controle heeft op de werkuren en dat hij zijn werkbrieven en beweidingsuren nauwgezet inventariseert. Werkgever stelt dat de herder grote zelfstandigheid heeft in de invulling van zijn werkzaamheden, zelfstandig verlofdagen mocht opnemen en grote verantwoordelijkheid droeg in het vaststellen van roosters. Maar een en ander ontheft de werkgever niet van de verplichting om een deugdelijke administratie te hebben van arbeids- en rusttijden, resp. van vakantie- en verlofdagen. Ook als het bijhouden van die administraties is opgedragen aan de eerste herder, dan nog had de werkgever erop toe te zien dat beide administraties aanwezig waren en zeker te stellen dat zij daarover zo nodig kan beschikken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen