Rb. Middelburg 5 november 2009, ECLI:NL:RBMID:2009:BL0946

Het geschil en de beoordeling daarvan. [eisers] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, samengevat: [gedaagde] te verplichten tot afgifte van de pup Dorus aan [eisers], onder verbeurte van een dwangsom, te bepalen dat [gedaagde] de rechtbank dient te adiëren teneinde vast te laten stellen welke vergoeding voor de bewaarneming als redelijk aangemerkt kan worden ex artikel 857 Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), [gedaagde] te veroordelen in de kosten van dit geding. Ter onderbouwing voert [eisers] het navolgende aan. [eisers] stelt dat zij als rechtmatig eigenaar van de pup recht en belang heeft bij een spoedige afgifte van de pup. Dit laatste geldt in het bijzonder nu zij signalen heeft gekregen dat [gedaagde] niet goed voor de pup zorgt. [eisers] kan zich niet verenigen met de door [gedaagde] verzochte vergoeding voor de bewaarneming omdat deze vergoeding buitenproportioneel is. Wel is [eisers] nog steeds bereid een betalingsregeling te treffen voor een nader te bepalen reële vergoeding. Zij heeft reeds drie maal een betalingsvoorstel aan [gedaagde] gedaan, waarop [gedaagde] niet is ingegaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen