Rb. Middelburg 16 december 2009, ECLI:NL:RBMID:2009:BK9826

[eisers] vordert: te verklaren voor recht dat ingevolge extinctieve verjaring ex artikel 3:105 van het Burgerlijk Wetboek (BW) [eisers] gerechtigd is tot gebruik al dan niet als erfpachter van het gedeelte van het aan [gedaagden] in eigendom toebehorende terrein, althans te verklaren voor recht dat het recht van [gedaagden] extinctief is verjaard om het gebruik van dit gedeelte van diens perceel aan [eisers] te ontzeggen; [gedaagden] te veroordelen diens onrechtmatige inbreuk op het recht van erfpacht binnen twee dagen na betekening van het vonnis te staken en gestaakt te houden zodat [eisers] in staat is de garage met de auto te allen tijde te bereiken en te verlaten op een wijze waarbij eisers bij het verlaten van de garage in de gelegenheid zijn de auto te keren en vooruit het pad af te rijden, onder verbeurte van een dwangsom; [gedaagden] te verbieden binnen een afstand van twee meter grenzend aan de aan [eisers] toebehorende woning met serre hoog opschietende gewassen te telen, op straffe van een dwangsom; [gedaagden] te verbieden de (overhangende) takken van de aan [eisers] in eigendom toebehorende ligusterhaag zonder [eisers] daartoe te hebben aangemaand te verwijderen op straffe van een dwangsom; [gedaagden] te veroordelen tot het verwijderen van de tegen de schutting van [eisers] geplaatst palen op straffe van een dwangsom; [gedaagden] te veroordelen in de kosten van het geding.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen