Rb. Middelburg 10 december 2008, ECLI:NL:RBMID:2008:BI1404
Bij tussenvonnis van 20 februari 2008 is gedaagde in de conventie toegelaten te bewijzen dat hij met eiseres in conventie heeft afgesproken dat betaling na montage zou plaatsvinden. De vader van gedaagde en gedaagde exploiteerden gezamenlijk een horecagelegenheid, bestaande uit vijf aaneengesloten ruimten in twee panden, waarbij vader van gedaagde eigenaar is van de feestzaal, het portaal met de toilet voorziening en de kinder speelhoek en gedaagde van het café en de cafetaria. Vader van gedaagde heeft, mede namens gedaagde voor de aanschaf van een airconditioningsysteem, dat kan verwarmen, koelen, lucht afzuigen en verse lucht toevoegen eiseres in conventie benaderd. De onderdelen genoemd op de overeenkomst met gedaagde zijn voor een groot deel, maar niet volledig, in oktober/november 2005 geleverd en geïnstalleerd. Gedaagde voor het verder vergoeding van schade die hij en zijn vader hebben geleden ten gevolge van het niet voldoen van de geleverde airconditioningsystemen. Vader van gedaagde heeft zijn vordering uit dien hoofde aan gedaagde gecedeerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl