Rb. Middelburg 15 maart 2006, ECLI:NL:RBMID:2006:AZ1061

koop van een woning. bevoegdheidsincident. ''...In verband met de beoordeling van de bevoegdheid is vervolgens aan de orde de vraag waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, in casu de koopovereenkomst, dient te worden uitgevoerd. Deze vraag dient te worden beantwoord aan de hand van het Nederlandse IPR, in dit geval in het bijzonder artikel 4 EVO-Verdrag. Ingevolge lid 1 van dit artikel wordt de overeenkomst beheerst door het recht van het land waarmee zij het nauwst verbonden is, terwijl in lid 2 wordt bepaald dat vermoed wordt dat de overeenkomst het nauwst verbonden is met het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten haar gewone verblijfplaats heeft. Als kenmerkende prestatie heeft in casu te gelden de levering van de woning door [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident]. [eiser in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] woont in Nederland en de woning ligt in Nederland. Uit het voorgaande volgt dat de koopovereenkomst wordt beheerst door Nederlands recht en dat derhalve de Nederlandse rechter, in casu deze rechtbank, bevoegd is....''

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen