Rb. Middelburg 2 november 2005, ECLI:NL:RBMID:2005:AZ5268
''...[eiser] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Leisure veroordeelt tot medewerking aan de verdeling en om te bepalen dat de netto opbrengst ten bedrage van € 25.776,46 met inachtneming van genoemde rangregeling zal worden toegewezen aan [eiser] met veroordeling van Leisure in de kosten van het geding. 3.2. [eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat uit de akte van schuldbekentenis met hypotheekstelling van 3 oktober 2000 blijkt dat [eiser] met zijn dochter en schoonzoon een geldlening is overeengekomen van ƒ 100.000,00 (€ 45.378,02) en dat hij, als derde hypotheekhouder, gerechtigd is tot de netto opbrengst van € 25.776,46....''
De uitspraak op rechtspraak.nl