Rb. Middelburg 9 november 2005, ECLI:NL:RBMID:2005:AZ5238
''...Cargill stelt dat Kloosterboer onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door de concen-traten (zonder met haar contact op te nemen) te verkopen. Kloosterboer wist dat de zaken op grond van een eigendomsvoorbehoud aan Cargill toebehoorden. Cargill beroept zich op een zgn. verlengd eigendomsvoorbehoud (namelijk niet alleen voor de concentraten zelf, maar ook voor de “products processed from them”); de Conditions (al sinds jaar en dag tussen Car-gill en Parmalat gehanteerd) verklaren Duits recht toepasselijk, in dat recht is die constructie mogelijk en naar dat recht is het eigendomsvoorbehoud overeengekomen. Cargill betwist het pandrecht van Kloosterboer op de concentraten; dat de Voorwaarden (voor de onderhavige contracten) door Parmalat zijn geaccepteerd blijkt niet. Al om die reden was verkoop onrechtmatig. Indien wel rechtsgeldig een pandrecht was gevestigd, dan staat vast dat Kloosterboer – nu zij de ontvangst van de brief...''
De uitspraak op rechtspraak.nl