Rb. Middelburg 13 februari 2002, ECLI:NL:RBMID:2002:AE1891
Verweerders beleid inzake tegemoetkoming in schade door beschermde vogels (in casu spreeuwen) niet onredelijk of onaanvaardbaar. Geen overmachtsituatie. Afwijzing tegemoetkoming in de schade aan morellen veroorzaakt door spreeuwen. Eisers is een vergunning verstrekt ex art. 10.1.c Vogelwet voor het bejagen van spreeuwen met behulp van vangkooi en slagnet, resp. jachtgeweer. Desondanks hebben eisers schade ondervonden, A ter hoogte van ƒ 10.371,90 en B ter hoogte van ƒ 35.503,05. Rechtbank overweegt dat m.i.v. 1 januari 1999 de spreeuw een beschermde vogel is. Spreeuwen vallen echter niet onder de werking van de Jachtwet, zodat tegemoetkomingen in schade niet kunnen worden verleend op grond van art. 28 Jachtwet. Verweerder voert echter een beleid welk inhoudt dat de regelgeving bij en krachtens art. 28 Jachtwet ook wordt toegepast bij verzoeken om tegemoetkoming in schade door beschermde vogels. Verweerder acht de spreeuw geen kwetsbare soort en ziet geen reden bijzondere beperkingen te stellen aan het gebruik van de vergunning ex art. 10 Vogelwet. Indien onbeperkte bejagingsmogelijkheden van de spreeuw worden geboden behoort het eventueel alsnog optreden van schade tot het normale bedrijfsrisico. Dat geldt zeker wanneer sprake is van een risicovolle ligging van het perceel, waar de schade optreedt. Achtergrond van dit beleid is dat, gezien de grote kans op schade door spreeuwen en de wettelijke mogelijkheden - via vergunningverlening - tot bestrijding daarvan, het niet redelijk wordt geacht dat de kosten daarvan voor rekening van verweerder zouden komen. Analoog aan de restrictieve uitgangspunten voor vergoeding door het Jachtfonds van schade door de in de Jachtwet genoemde vrij bejaagbare wildsoorten, voert verweerder ten aanzien van schade door spreeuwen het beleid dat een tegemoetkoming hooguit in een zeer duidelijke overmacht-situatie en indien betrokkenen er alles aan hebben gedaan om de schade te weren en te voorkomen, kan worden verleend. Dit beleid acht de rechtbank niet onredelijk of onaanvaardbaar. Ongegronde beroepen. De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, verweerder. mr. J.P.M. Hopmans
De uitspraak op rechtspraak.nl