Rb. Maastricht 27 april 2012, ECLI:NL:RBMAA:2012:BW5805
De rechtbank veroordeelt verdachte ter zake van het medeplegen van mensenhandel tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren waarvan 1 jaar voorwaardelijk met aftrek van voorarrest, met hoofdelijke veroordeling tot het betalen van een schadevergoeding aan de slachtoffers. Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen een strafzaak moet worden afgedaan en om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit, heeft de rechtbank een gedeelte van de gevangenisstraf voorwaardelijk opgelegd. Verdachte heeft samen met zijn partner gedurende enkele jaren verschillende Thaise vrouwen uitgebuit door ze onvrijwillig in de prostitutie te laten werken en heeft zichzelf met de opbrengsten daaruit bevoordeeld. De vrouwen moesten bijna al hun verdiensten afstaan. Verdachte heeft samen met zijn partner een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de vrouwen. De rechtbank rekent verdachte deze feiten zwaar aan. De slachtoffers waren jonge vrouwen uit arme families op zoek naar manieren om hun familie in Thailand te onderhouden. Verdachte was op de hoogte van de penibele situatie waarin de slachtoffers zich bevonden. De rechtbank acht de mensenhandel zoals gepleegd door verdachte en zijn mededader een vorm van moderne slavernij.
De uitspraak op rechtspraak.nl