Rb. Maastricht 23 november 2011, ECLI:NL:RBMAA:2011:BU5873

De rechtbank heeft overwogen dat uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap (nu: het Hof van de Europese Unie, hierna: het Hof) van 23 oktober 2007 in de zaak Morgan en Bucher (LJN: BC0242) blijkt dat, de lijn ‘van discriminatieverbod naar belemmeringsverbod’, die het Hof in eerdere arresten heeft ingezet, wordt voortgezet. Zo blijkt het Hof nationale regelingen, die geen direct onderscheid naar nationaliteit maken, maar wel een belemmerend effect hebben, te toetsen aan de artikelen 17 en 18 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (hierna: EG) (het huidige artikel 21 van de WVEU), zodat het discriminatieverbod is uitgebreid tot een algemeen belemmeringsverbod. Dit algemeen belemmeringsverbod acht het Hof eveneens van toepassing op nationale regelingen die het uitgaande verkeer van burgers van de Europese Unie belemmeren, zo blijkt uit voornoemd arrest van 23 oktober 2007. Mogelijk is dan wel nog – gelet op de bestendige jurisprudentie van het Hof (zie bijvoorbeeld rechtsoverweging 94 van het arrest van11 september 2007 inzake Schwarz en Gootjes-Schwarz (LJN: BB8465) – dat de belemmering dan wel de beperking is gerechtvaardigd, indien deze is gebaseerd op objectieve overwegingen van algemeen belang, die losstaan van de nationaliteit van de betrokken personen, en evenredig zijn aan het door het nationale recht rechtmatig nagestreefde doel. De rechtbank heeft vervolgens geoordeeld dat van de voorwaarde, zoals neergelegd in artikel 2.9 van de WTOS, dat enkel een tegemoetkoming wordt toegekend, indien onderwijs aan een zich in Nederland bevindende opleiding wordt gevolgd, een (indirecte) territoriale werking uitgaat. Ten gevolge hiervan worden scholieren ontmoedigd om gebruik te maken van het recht op vrij verkeer als bedoeld in artikel 21 van de WVEU en is het – gelet op de hiervoor aangegeven door het Hof voortgezette lijn – niet uit te sluiten dat sprake is van strijd met het algemeen belemmeringsverbod. Verweerder heeft dit niet onderkend, zodat het bestreden besluit een deugdelijke motivering als bedoeld in artikel 7:12 van de Awb ontbeert, temeer nu gesteld noch gebleken is dat de mogelijk belemmerende voorwaarde is gerechtvaardigd op basis van objectieve overwegingen van algemeen belang, die losstaan van de nationaliteit van de betrokken personen, en evenredig zijn aan het door het nationale recht rechtmatig nagestreefde doel. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen