Rb. Maastricht 24 oktober 2011, ECLI:NL:RBMAA:2011:BU2166
Voorlopige ondertoezichtstelling; machtiging uithuisplaatsing; indicatiebesluit. De stichting dient ingevolge artikel 1:261, leden 1 en 2 BW een besluit als bedoeld in artikel 6 Wjz bij het verzoek over te leggen als een machtiging uithuisplaatsing zorg betreft als bedoeld in artikel 5 lid 2 Wjz. Bij het inleidend verzoekschrift heeft de raad de kinderrechter verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing gedurende dag en nacht in een voorziening voor licht verstandelijk gehandicapte jeugdigen te verlenen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling. In deze zaak betreft het een vorm van zorg voor licht verstandelijk gehandicapte jeugdigen waarop ingevolge de AWBZ aanspraak bestaat. Uit artikel 5 lid 2, aanhef en onder b van de Wet op de jeugdzorg bezien in onderling verband en samenhang met de algemene maatregelen van bestuur die dienen tot verdere regeling van de Wjz en de AWBZ (waarvan met name artikel 9 van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg en de artikelen 3 tot en met 9 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ) volgt dat het tot de taak van de stichting behoort om vast te stellen of een jeugdige op die zorg is aangewezen. Nu dat indicatiebesluit er niet is en de stichting het onjuiste standpunt is blijven verdedigen dat niet de stichting maar uitsluitend het CIZ ter zake bevoegd is, zal de kinderrechter de beslissing van 7 oktober 2011, voor zover machtiging tot uithuisplaatsing is verleend niet handhaven voor de periode na heden.
De uitspraak op rechtspraak.nl