Rb. Maastricht 21 maart 2011, ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ1534
Wet tijdelijk huisverbod; voorlopige voorziening. Tijdelijk huisverbod opgeheven, gelet op het doel ervan, te weten een afkoelingsperiode te bewerkstelligen. Dat doel acht de voorzieningenrechter voldoende gewaarborgd met de beschikking van de rechter-commissaris van 1 maart 2011 en de in het kader van de schorsing van de inbewaringstelling door de rechter-commissaris aan verzoekster opgelegde nadere voorwaarden, die, voor zover van belang, voorzien in een algeheel contactverbod tussen verzoekster en haar echtgenoot. Mede in aanmerking genomen dat het huisverbod, hoe dan ook, over zes dagen eindigt. Met hulpverlening is een aanvang gemaakt en daarmee is een (ander) belangrijk doel van het huisverbod bereikt. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat binnen de periode waarop het tijdelijk huisverbod betrekking heeft alle problemen dienen te zijn opgelost.
De uitspraak op rechtspraak.nl