Rb. Maastricht 25 februari 2011, ECLI:NL:RBMAA:2011:BP6688
Verzoeker heeft bij verweerder een Nederlands paspoort aangevraagd. Verweerder heeft de aanvraag buiten behandeling gesteld omdat verzoeker geen vingerafdrukken heeft afgegeven. Verzoeker verzet zich tegen het afgeven van vingerafdrukken en het opnemen van die vingerafdrukken in een databank. Volgens verzoeker zijn de aan de aanvraag voor een paspoort verbonden voorwaarde dat vingerafdrukken worden afgegeven en het opslaan van deze afdrukken in een (vooralsnog) decentrale databank in strijd met het recht op privacy en het recht op eigendom van persoonsgegevens. De voorzieningenrechter is van oordeel dat op grond van de Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten in een paspoort vingerafdrukken moeten worden opgenomen. In voormelde verordening, de Paspoortwet en Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 worden situaties vermeld waarin geen vingerafdrukken hoeven te worden opgenomen en daarom een paspoort zonder vingerafdrukken kan worden afgegeven. Een dergelijke uitzonderingssituatie doet zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter hier niet voor. Volgens de voorzieningenrechter leent de voorzieningenprocedure zich niet tot toetsing van voormelde verordening aan (andere) bepalingen van bovennationaal recht en ook niet tot het stellen van een prejudiciële vraag aan het Europees Hof van Justitie. Gelet op het vorenstaande kan volgens de voorzieningenrechter niet gezegd worden dat verweerder de aanvraag van verzoeker niet buiten behandeling had mogen stellen. Of het opnemen van vingerafdrukken in een databank al of niet rechtmatig is doet, nu verzoeker geen enkele vingerafdruk heeft afgegeven, hieraan niets af. Het verzoek is daarom afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl