Rb. Maastricht 25 februari 2011, ECLI:NL:RBMAA:2011:BP6232

Artikel 35 Wet Bopz; schadevergoeding. De officier van justitie heeft niet binnen de op grond van artikel 17 lid 1 Wet Bopz in acht te nemen termijn een verzoek voor een opvolgende rechterlijke machtiging ingediend. Betrokkene stelt hierdoor extra spanning en frustraties te hebben ondergaan en zoekt aanluiting bij de bedragen aan schadevergoeding die door de strafrechter plegen te worden toegekend in gevallen waarin sprake is van een achteraf onjuist gebleken vrijheidsbeneming. In deze zaak gaat het echter niet om vrijheidsbeneming die achteraf bezien niet had behoren plaats te vinden. De maatstaf is of betrokkene als gevolg van het schenden van de termijn van artikel 17 lid 1 Wet Bopz zodanige spanning en frustraties heeft ondergaan, dat daarvoor een schadevergoeding op zijn plaats is. De rechtbank is van oordeel dat de constatering dat de officier van justitie de termijn van artikel 17 lid 1 Wet Bopz heeft geschonden als afdoende genoegdoening te beschouwen is. Volstaan kan worden met de vaststelling dat artikel 17 lid 1 Wet Bopz is geschonden

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen