Rb. Maastricht 2 november 2010, ECLI:NL:RBMAA:2010:BO2555
Rechterlijke goedkeuring. Vervolg op LJN: BO2008. Uitgangspunt zou moeten zijn dat de keuze van verzoekers voor toepasselijkheid van het Nederlandse recht meebrengt dat zij voor het wijzigen van het huwelijksvermogensregime en het veranderen van hun huwelijkse voorwaarden, rechterlijke goedkeuring behoeven overeenkomstig artikel 1: 119 BW. Gelet op artikel 8 van de Wet conflictenrecht huwelijksvermogensregime en de daaraan ten grondslag liggende strekking zoveel mogelijk te voorkomen dat artikel 1: 119 BW een obstakel vormt bij de uitoefening van de in het Haag Huwelijksvermogensverdrag van 1978 mogelijk gemaakte bevoegdheid tot het uitbrengen van een rechtskeuze staande huwelijk, blijft artikel 1: 119 BW buiten toepassing.
De uitspraak op rechtspraak.nl