Rb. Maastricht 19 mei 2010, ECLI:NL:RBMAA:2010:BM8002
Een minderjarige had voor het sluiten van de overeenkomst op grond van het bepaalde in art 1:234 lid 1 en 2 BW toestemming van zijn wettelijke vertegenwoordiger. Door het door de wettelijke vertegenwoordiger voor en namens de minderjarige verrichten van een rechtshandeling wordt de minderjarige ingevolge art 3:66 juncto 3:78 BW materiele procespartij. De rechtsvordering is ingesteld nadat de minderjarige meerderjarig is geworden waardoor deze ook als formele procespartij heeft te gelden. Eiseres heeft terecht haar vordering in rechte tegen de meerderjarige aanhangig gemaakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl