Rb. Maastricht 18 februari 2010, ECLI:NL:RBMAA:2010:BL8293

Gesloten jeugdzorg. BJZ overlegt een indicatiebesluit, waarin geen data meer worden vermeld. Als tijdstip van inwerkingtreding van het besluit wordt vermeld: ingangsdatum machtiging uithuisplaatsing. Onder het kopje ”nieuwe aanspraak” heeft BJZ zowel ter aanduiding van de duur van de geldigheid van het besluit als ter aanduiding van het einde van de verzilveringstermijn vermeld: expiratiedatum machtiging uithuisplaatsing. Doel van deze wijze van aanduiding is de termijnen van de ingang van het indicatiebesluit en de machtiging tot uithuisplaatsing gelijk te laten lopen. Op grond van artikel 3:41 van de Awb is het tijdstip van inwerkingtreding van het indicatiebesluit de dag nadat dit besluit aan de belanghebbenden is bekendgemaakt. Omdat de geïndiceerde zorg ziet op een uithuisplaatsing in het kader van een ondertoezichtstelling, komt aan de vermelding van de verzilveringstermijn in zoverre een beperkte betekenis toe, dat in artikel 1: 262 lid 3 BW is bepaald dat de machtiging tot uithuisplaatsing vervalt, indien deze gedurende drie maanden niet ten uitvoer is gelegd. In navolging van de uitspraken van de gerechtshoven Amsterdam en Arnhem (respectievelijk van 21 juli 2009, LJN: BJ4783 en 2 september 2009, LJN: BG2667) is de kinderrechter van oordeel dat artikel 1: 262 lid 3 BW ook van toepassing is op de machtiging tot uithuisplaatsing in gesloten jeugdzorg. Met het vervallen van de machtiging komt op grond van artikel 3 lid 4 van de Wjz tevens het indicatiebesluit te vervallen. Voornoemde wettelijke bepalingen brengen mee dat, door voor de datum einde verzilveringstermijn aan te knopen bij de expiratiedatum van de machtiging uithuisplaatsing wordt bewerkstelligd dat de verzilveringstermijn maximaal drie maanden bedraagt. Artikel 6 lid 1 aanhef en onder c van de Wjz, gelezen in samenhang met de uit de artikelen 5 en 6 van het EVRM voortvloeiende noodzakelijkheids- en proportionaliteitseisen en artikel 29h lid 2 van de Wjz, brengt mee dat BJZ in het indicatiebesluit dat strekt tot gesloten jeugdzorg zelf de duur van de geldigheid van het indicatiebesluit moet vermelden. Het is weliswaar de kinderrechter die de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing in gesloten jeugdzorg bepaalt, maar deze beoordeling vindt plaats met inachtneming van de door BJZ in het indicatiebesluit aan te duiden begrenzing in de tijd, die op haar beurt een weerspiegeling dient te zijn van de door bureau jeugdzorg aanwezig geachte noodzaak van de uithuisplaatsing in gesloten jeugdzorg.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen