Rb. Maastricht 15 april 2009, ECLI:NL:RBMAA:2009:BI1813
Boete. Arbeidsomstandighedenwet en -besluit (Arbobesluit). Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit artikel 3.16, eerste en vierde lid, van het Arbobesluit dat er voorzieningen moeten worden getroffen indien bij het verrichten van werkzaamheden gevaar bestaat om te vallen. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat vaststaat dat het slachtoffer op een hoogte van circa 12 meter op een vloerdeel is geklommen dat niet beloopbaar was. Dit deed zij ter uitvoering van werkzaamheden waarvan zij in de veronderstelling was dat zij die diende te verrichten. Het verhoogde gedeelte van het plafond (waar het slachtoffer op geklommen was) bestond in tegenstelling tot de overige (houten) vloerdelen uit gipsplaten. Aangezien als algemeen bekend mag worden verondersteld dat gipsplaten niet draagkrachtig en niet beloopbaar zijn, staat daarmee tevens vast dat sprake was van valgevaar. Voorts staat vast dat eiseres geen maatregelen heeft getroffen om dit valgevaar tegen te gaan nu zij niet op de hoogte was van dit gevaar. Uit het vorenstaande volgt dat eiseres artikel 3.16 van het Arbobesluit heeft overtreden. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt gesteld dat voor het vaststellen van de overtreding niet van belang is of de werkgever van het valgevaar op de hoogte was.
De uitspraak op rechtspraak.nl