Rb. Maastricht 16 februari 2009, ECLI:NL:RBMAA:2009:BH4918
De door de officier van justitie aan de vordering ten grondslag liggende stukken kunnen de toets van de daartoe door de wet gestelde vereisten naar het oordeel van de rechtbank nauwelijks doorstaan. Desondanks is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de omstandigheden van de onderhavige zaak, sprake is van een met redenen omkleed advies van de raad voor de kinderbescherming en wettelijke aantekeningen, nu er een verslag van de uitvoerende instantie, te weten bureau jeugdzorg voorhanden is en zowel veroordeelde, zijn moeder, de raadsman, de getuige-deskundige en met hem de raad voor de kinderbescherming alle van mening zijn dat de maatregel betreffende het gedrag moet worden verlengd met 6 maanden.
De uitspraak op rechtspraak.nl