Rb. Maastricht 8 september 2008, ECLI:NL:RBMAA:2008:BF7462

De aanvraag van een jachtakte, na een eerder intrekking, wordt afgewezen. Voor het treffen van een voorlopige voorziening bestaat geen aanleiding vanwege het ontbreken van een (zeer) zwaarwegend spoedeisend belang. Daarbij heeft de voorzieningenrechter in aanmerking genomen dat zich op de door verzoeker te bejagen gronden tot dusver geen zichtbare schade aan fruit en gewas heeft gemanifesteerd en ook dat hij door zijn wederpartij (nog) niet aansprakelijk is gesteld voor geleden schade. Daar komt bij dat het op de weg van verzoeker ligt de onverwijlde spoed te onderbouwen aan de hand van concrete, betrouwbare en verifieerbare gegevens die inzicht kunnen verschaffen in de aard en de omvang van de door zijn wederpartij geclaimde schade en de financiële consequenties die een dergelijke claim voor hem als jachthouder heeft. Daarin is verzoeker niet geslaagd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen