Rb. Maastricht 11 maart 2008, ECLI:NL:RBMAA:2008:BC6251
De verzoeken van de raden van de gemeenten Voeren, Visé en Eijsden zien op het algemeen belang gelegen in de behartiging van een veilige woonomgeving en het voorkomen van overlast. Dit is een belang dat in algemene zin aan de gemeenteraad is toevertrouwd en in die zin als een eigen belang, als bedoeld in artikel 1:2, tweede lid, van de Awb, van de raden van genoemde gemeenten is te beschouwen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat ook aan de overige vereisten die in het algemeen aan de kwaliteit van het ingeroepen belang wordt gesteld (objectief, actueel en persoonlijk en rechtstreeks bij het besluit betrokken belang) wordt voldaan en komt dan ook tot de conclusie dat er vooralsnog geen aanleiding is de raden van genoemde gemeenten niet aan te merken als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2, tweede lid, van de Awb. Hun verzoeken zijn dan ook ontvankelijk. Verweerder heeft met toepassing van artikel 17 van de WRO vrijstelling en bouwvergunning verleend. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de door verweerder aangedragen omstandigheden onvoldoende objectieve en concrete gegevens behelzen om aannemelijk te maken dat de vestiging van de coffeecorner aan de A-weg een tijdelijk karakter heeft. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dan ook niet voldaan aan het bepaalde in artikel 19 van het Bro, wat leidt tot het oordeel dat verweerder geen gebruik heeft mogen maken van de vrijstellingsprocedure als bedoeld in artikel 17 van de WRO. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat de bestreden besluiten in een eventuele bodemprocedure niet in rechte kunnen worden gehandhaafd. De voorzieningenrechter ziet hierin aanleiding de verzoeken, voor zover deze ontvankelijk zijn, toe te wijzen en de bestreden besluiten te schorsen.
De uitspraak op rechtspraak.nl