Rb. Maastricht 30 januari 2008, ECLI:NL:RBMAA:2008:BC4005
Het beroep van de in België wonende werknemer op onbevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van tegen hem door zijn (voormalige) werkgeefster ingestelde vorderingen wordt verworpen op grond van bijzondere omstandigheden. (art.20 EEX-verordening) Een voorlopige voorziening ex art.223 Rv. kan niet dienen om door een tegenpartij in de procedure overgelegde bewijsstukken buiten het geding te stellen. (art.223 Rv)
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 98 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 134 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 162 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 208 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 209 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 223 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 337 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 843b Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 20 EEX