Rb. Maastricht 25 april 2007, ECLI:NL:RBMAA:2007:BB2982
Onrechtmatig verkregen bewijs-verweer. Door de raadsman is gewezen op het proces-verbaal van bevindingen, waaruit blijkt dat de verdachte is aangehouden terzake van openbare dronkenschap, strafbaar gesteld bij artikel 453 van het Wetboek van Strafrecht. Voor openbare dronkenschap is kennelijk, dat wil zeggen onmiddellijk zichtbaar, aanstootgevend gedrag vereist, aldus de raadsman. Nu de verdachte slechts roerloos op de grond naast zijn auto lag, was geen sprake van kennelijke dronkenschap, noch van aanstootgevend gedrag. De aanhouding van de verdachte en daarmee ook de insluitingsfouillering, was derhalve onrechtmatig en het bewijs dat hieruit is voortgekomen is onrechtmatig verkregen. De rechtbank verwerpt dit verweer.
De uitspraak op rechtspraak.nl