Rb. Maastricht 4 juli 2007, ECLI:NL:RBMAA:2007:BA9096
Op 3 maart 2005 is verzocht om herïndicatie in het kader van de WSW van eiser. Uit de rapportage van verweerder d.d. 25 april 2005 blijkt het volgende. Eiser is bekend met fysieke beperkingen aan de rechterzijde van zijn lichaam door spasticiteit, waarbij de arm meer is aangedaan dan het been. De rechterarm is a-functioneel en hij loopt moeilijk. Eiser is in staat arbeid te verrichten met behulp van technische aanpassingen op de werkplek en in de werkomgeving. Ten gevolge van zijn beperkingen dient eiser zittend werk te verrichten. Ook dienen er aanpassingen in de werktijd te zijn, omdat eiser twee maal in de week een nood¬zakelijk bezoek aan de therapeut brengt. De verschillende aanpassingen kunnen niet zonder WSW- subsidie op een overigens normale werkplek gerealiseerd worden. Eiser behoort aldus tot de doelgroep De noodzakelijke aanpassingen worden niet beschouwd als verstrekkend, omdat het om hoofdzakelijk algemeen gebruikelijke voorzieningen gaat voor een werknemer met een licha¬melijke handicap voor toegankelijkheid en gebruik. Eiser wordt aldus ingedeeld in de arbeidshandicapcategorie matig. Ten aanzien van eiser wordt voorts geadviseerd tot begeleid werken nu de noodzakelijke voorzieningen kunnen worden gerealiseerd in een normale werkomgeving en de werkbegeleiding beperkt kan blijven tot maximaal 15% van de werktijd. Bij een geldigheidsduur van vijf jaar wordt op 25 april 2005 conform de conclusies van het rapport een besluit afgegeven.
De uitspraak op rechtspraak.nl