Rb. Maastricht 9 maart 2007, ECLI:NL:RBMAA:2007:BA3808

De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling met voorwaarden van twee jaren, nu de terbeschikkingstelling met voorwaarden is opgelegd vóór de wetswijziging van 1 juli 2005 van artikel 38f, eerste lid, sub 1 van het Wetboek van Strafrecht. Er is geen overgangsrecht van toepassing. In de onderhavige zaak is de termijn van terbeschikkingstelling met voorwaarden doorgelopen gedurende de tijd dat de terbeschikking gestelde in voorarrest zat terzake een nieuw door hem gepleegd delict. Dit voorarrest heeft geen opschortende werking, de termijn van de terbeschikkingstelling startte op de dag waarop de rechterlijke uitspraak hieromtrent onherroepelijk was geworden. In deze zaak is de termijn eerder gestart dan het tijdstip waarvan de officier van justitie in de veronderstelling was dat deze zou starten, waardoor zijn vorderin tot verlenging niet tijdig is ingediend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen