Rb. Maastricht 4 april 2007, ECLI:NL:RBMAA:2007:BA3568
Ontnemingsvordering. Aan veroordeelde wordt de verplichting opgelegd tot betaling aan de staat van een geldbedrag van € 30.000,-. Dit bedrag is lager dan het vastgestelde wederrechtelijk verkregen voordeel, in verband met het ontbreken van draagkracht bij de veroordeelde. Het wederrechtelijk verkregen voordeel had verdachte verkregen door het plegen van drugsgerelateerde feiten.
De uitspraak op rechtspraak.nl