Rb. Maastricht 21 juli 2006, ECLI:NL:RBMAA:2006:AY6572
De rechtbank is van oordeel dat uit de aanwezigheid van de verdachte bij beide genoemde panden niet voortvloeit dat hij degene is geweest die de aldaar aangetroffen hennepplantages heeft ingericht dan wel dat hij hierbij betrokken is geweest. Ook de door verdachte ondernomen activiteiten ten behoeve van zijn pand aan de M. leveren dergelijk bewijs niet op, nu niet blijkt dat deze activiteiten zijn ondernomen ten behoeve van de aldaar aangetroffen hennepplantage en deze activiteiten voorts ook zeer wel voor andere, legale doeleinden zouden kunnen zijn aangewend
De uitspraak op rechtspraak.nl