Rb. Maastricht 29 maart 2006, ECLI:NL:RBMAA:2006:AV9125

Partijen zijn op 26 augustus 1961 te Leuven (Belgie) gehuwd. Na hun huwelijk zijn zij in Belgie blijven wonen in de daar gelegen echtelijke woning.. Beide partijen hebben de Belgische nationaliteit. Voorafgaand aan hun huwelijk hebben partijen op 29 juli 1961 een notarieel huwelijkscontract gesloten ter zake het beheer van de wettelijke gemeenschap van goederen overeenkomstig artikel 1400 e.v. van het Belgisch Burgerlijk Wetboek. Partijen zijn in 1970 naar Nederland verhuisd en in Maastricht gaan wonen. De vrouw verzoekt de echtscheiding tussen partijen uit te spreken, c.q. scheiding van tafel en bed tussen partijen uit te spreken. Zij vezoekt tevens de man te veroordelen aan haar een alimentatie van € 7.500,-- per maand te betalen. De vrouw meent dat het echtscheidingsverzoek alsmede het alimentatieverzoek naar Nederlands recht moet worden afgewikkeld. De man is van mening dat op beide verzoeken Belgisch recht van toepassing is. Partijen zijn het erover eens dat hun gemeenschappelijk huwelijksvermogen naar Belgisch recht tussen hen moet worden verdeeld. De rechtbank oordeelt dat de echtscheiding alsook het alimentatieverzoek naar Nederlands recht moet worden beslist.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen