Rb. Maastricht 17 januari 2006, ECLI:NL:RBMAA:2006:AU9850

De mogelijkheid tot het verlenen van een onvoorwaardelijke voorlopige machtiging tot voortgezet verblijf in die gevallen waarin de betrokken patiënt niet meer in het psychiatrisch ziekenhuis verblijft (de zgn. paraplumachtiging) en waarvan voorts vast staat dat een daadwerkelijke oppneming evenmin in de bedoeling ligt, is in het licht van de beschikking van de Hoge Raad van 11 november 2005 definitief tot het verleden gaan behoren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen